is toegevoegd aan uw favorieten.

Reinhart, of Natuur en godsdienst.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io8

III. BOEK,

hoefte voor eenige dagen mede; en zoo ging ik, met mijne twee negers en een paar Indiaanen, de drijvende wooning op, terwijl een der Indiaanen , die met mij naar Solitude gaan, en mij daar helpen wilde, zijn Cano boven mijn vlot verkoos, en ons in dezelve op zijde bleef: het was een lang vaartuig, van omtrent dertigvoeten lengte, en flechts drie voet breed, uit eenen enkelen boom uitgehold, en door pagallen , in plaats van riemen , voordgeroeid, en dat door de vlugheid , waarmede het over de golven kan voordzweeven, een wonderlijk contrast maakte met het logge vaartuig op hotwelke uw vriend en de zijnen vertoefden.

Hoe ik den tijd hier doorbragt, kunt gij wel gisfen; dan eens praatende met mijn gczelfchap, dan eens kezende, dan eens, op alles wat ik gezien had, denkende; mijne ziel dwaalde nog in die onmeetelijke bosfehen, die ik verhaten had; en dan weêr vloog zij vooruit naar mijn Solitude; in mijne verbeelding verrichtte ik reeds dingen, welke mijne handen in geen maanden konden daarftellen: en daar, waar de gedaante der Natuur door haare fchoonheid, bijzonderheid, of woestheid, mijne opmerkzaamheid beloonen kon, had ik voor niets oogen, dan voor dat, wat mij omringde; een ftreek lang liep de rivier, al kronkelend in grootfche bogten, langs boschachtige

ftiil-