Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

REN VONDEL ALS DICHTER. 5r5

De fchoone vaert om hoogh

Op galmen van haer keel,

Ontkleed van 't fterflyk deel. Zy zweeft al hooger aen

Om 't zaligh licht te groeten:

Een geest verroert geen voeten, Maer dryft gelyk de maen.

Deeze twee laatfte regels zyn uitmuntend fchoon, omdat altyd dc Ouden de Goden en Geesten lieten zweevcn, nimmer loopen, gelyk by heliodorus en anderen tc zien is.

Schilderachtig is ook het einde van de opdracht vooj' zyne herfchepping van ovidius :

Wy ftelden Nafoos beek in loofwerk hier ten toon, Het loof is door het beek verheerelykt en fchoon, Zoo ftraelt een fchooner glans uit telgen van laurieren Indien ze Apolloos hooft befchaduwen en eieren.

Voeg hier eindelyk by deeze liefelyke regels uit den Palamedes, waarmede hy den Ouden naar den prys dingt:

Dat Afie te famen fchool' Al die op d'oevers van Paclool 't Gout fcheem'ren zien en blincken: Of die Meander drilleken.

Of treên Kayfters boort, die wit Van langgehalsde zwaenen zit, Die in de zuivre plasfen Haar blanke pluimen wasfen:

Kk 5 En

Sluiten