Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DEN RHINOCEROS; 15'-

Het heeft alleen hairen aan de punt van zyn ftaart, doch zeer weinig; zy zyn zó fterk als de onderfte {haaren van een klavier , en worden tot zweepen gemaakt. Een Rhinoceros , diett ik naauwkeurig waar-nam, was dertien voeten lang, van de punt van zyn öeus tot aan zyne billen , en zeven voeten hoog van de voètfoole af tot aan deil punt der fchotiders. De terfte hoorn was veertien duimen lang ; de tweede iets minder dan dertien duimen. Het vlakke deel van den hoorn was van onder twee en een half duim breed, in de middert was het één ert een vierde duim dik, had de gedaante van een mes, welks rug twee duimen en de fcherpte een vierde duim breed was.

Alle Natuuronderzoekers en Reizigers fchynen daarin overeentekomen , dat het beroemde dier , 't welk één langen hoorn op het hoofd , heeft alleen in de Verbeelding der Dichters en Schilders zyn beftaan hebbe. Nog onlangs heeft de Zweedfche Natuuronderzoeker , de Heer sparman , deeze oude Fabel van den Eenhoorn weder te berde gebragt. Doch zyne gronden hebben my niet overtuigd. De Rhinoceros ïs gelukkigerwyze geen vleescheetend dier; zyn reuk is zeer fyn, en kan de menfehen reeds op een verren afftand rieken en opfpoorém

Ccc d i>É

Sluiten