Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GESCHIEDENIS DER SCHEIKUNDE, ENZ. 239

In tyden dat Genees- en Scheikundigen zich door foortselyke beuzelingen konden laaten wegfleepenj in tyden dat de eigentlyke Scheikundigen, dat is, de zulken welken zich meer bepaald op de kennis der ontbinding en faamenftelling der lighaamen toelegden, nog altoos, gelyk ik hier boven aanmerkte , meer of min met een zwak voor Alchimie behebt bleeven; is het geenszins te verwonderen , dat de wetenfehap

niet

dra de neiging en afkeer die zekere perfoonen voor elkander of tot zekere zaaken gevoelden, voorttekomen van eenen Sympatetifchen of Antipatetifchen invloed , die derzelver onderlinge uitvloeizels op elkander hadden , waardoor zy zich onderling konden verdragen of zich van elkander verwyderden ; dat meer is, men geloofde door middel van het Sympatetifche poeder de Antipathie en de onverfchilligheid, die zekere perfoonen voor elkander hadden, in Simpathie te kunnen veranderen : men had hiertoe maar een weinig van de nagel, het bloed of hair deezer perfoonen nodig; dat is, men behoefde flechts de deeltjes, diedaarin bevat waren, aan elkander te doen gewennen, als wanneer zy hunne onderlinge neiging en verdraagzaamheid voor elkander, wederkeerig mededeelden aan de perfoonen van

wien zy genomen waren. Men kwam eindelyk zo

verre, dat men zelfsgeloofde dat door middel van deezen Sympatethifchen invloed de geheele perfoon van iemand, of liever alle zyne uitvloeizeis deelden in de aangenaame of onaangenaame gewaarwordingen, die men zeker van hem afgefcheidene deelen deed ondervinden. — Hiervan daan devooroordeelendie by fommigen nog hedendaags gevonden worden, van het nadeelige voor de wonden om de afgenomene pleister in het vuur te werpen, van het fchadelyke voor de hoenders, om de fchaalen hunner eijeren te verbranden, enz-

Sluiten