Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mt " B; E R t C H tf

ge Menfchen, die, 't zij dan uit onkunde, 'tzijdan (en dit zal bij de meenWhét geval geweest zijn) wegens ongunftige vooroordeelen, tegen mijne leer- en denkwijs te vooren opgevat, mijne Voorrede of niet óf averrechtsl verdaan hebben. 1 Het waar en eenig doel mijner Voorrede heb ik bij mijne eerde bekendmaaking-ter goeder trouw opgegeven; en, heb ik, dat bepaald doel in *t oog houdende, ~alleeq_ dat geene gezegd;, »t welk ik overeenkomftig met dat doel oordeelde te moeten zeggen , mijn" geweeterf geeft mij het getuigenis, dat ik geene andere deugd heb willen aanprijzen, dan die groeit op den wortel des geloofs aan de Verzoening , te wege gebragt door het fchuldbetaalend lijden en de borgtogtelijke 'gehoorzaamheid van Jefus Christus, en die het gewrogt is van eene bovennatuurlijke werking des Heiligen Geefïes.

Meent iemand,, dat ik mijne Voorrede" gefchr'eeven heb, om ligtzinnrgheid ofwanzedelijkheid.ee begunfti* gen, hij doet mij groot ongelijk. Ik verheuge mij, dac het niet ontbreekt aan menfchen, die met veel billijkheid onderfcheid gemaakt hebben tusfehen mijn doel," eh tusfehen, het misbruik, 't welk mrnbedagtzaame- lieden van mijne woorden zouden kunnen maaken. Mijn doel is geen ander geweest, dan mijne mede-Christenen optewekken^ om over innerlijke aandoeningen en werkzaamheden, over zekere uiterlijke bedrijven, over'den wijden omvang der Christelijke deugd, over de onderfcheidene waarde haarer bevorder-middelen juist te oordeelen, zich te hoeden voor alle misvattingen in deeaen, en elk van die misvattingen aantemerken als eené

öat»

Sluiten