is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen over den Heidelbergschen catechismus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aoo ACHTTIENDE ZONDAG.

ren ten hemel. Het komt er doch op aan, dat wij van deezewoorden het rechte verft and hebben, want alle redeneering is vruchtloos', ten zij men verftaa het onderwerp 'daar men over fpreekt. En bijzonderst was dit noodig ten aanzien van christus opvaart ten hemel, wijl dezelve van allen niet op dezelvde wijze begreepen wordt.

Doch het rechte begrip wordt ons medegedeeld door den Leerling, zeggende: dat christus, voor de oogen

zijner jongeren, van de aarde ten hemel is op ge hee ve n.

De Perfoon dan, van welken dit opheffen getuigd wordt, is christus, de Gezalfde des Vaders, en die de kracht der Ampten, tot welke hij gezalvd is, bij uitftek ook door zijne Hemelvaart heeft moeten openbaaren.

ï. Hij moest als Propheet daarmede bevestigen verfcheidene voorzeggingen, die hij zelv van zijne Hemelvaart gedaan hadt, joh. III: 13. VI: 62. enz. behalven dat hij ook van daar zijnen geest wilde uitzenden, om zijn volk op eene verborgene wijze teleeren, verg. psalm LXVIII: 29. — 2. Hij moest als Priefter ingaan in het binnenfte des Heiligdoms, om van daar ons toetepasfen-hetgeene hij op aarde door zijne Offerhande verworven hadt, verg. hebr. XV: 14. VI: 19, 20. 3. En hij moest Koning zijnen throon gaan vestigen in den Hemel, psalm VIII: 2. CIII: 19. —• t Doch, wijl christus is de Godmensen, zoo valt de vraag, jiaar welke van zijne beide Natuuren dcszelvs opvaaren ten Hemel te verftaan zij.

1. Zeker is het, dat dat opvaaren te kennen geevt eene verwisfeling van plaats, en uit dien hoofde met mogelijkheid niet kan worden toegefchreeven aan de Godheid, die overal tegenwoordig is; maar het is alleen de Menschheid van christus, naar welke hij ook alleen uit den dooden is opgedaan, en die, gelijk zij alleen verneederd was, ook alleen moest worden verhoogd, van welke men zeggen kan , dat zij ten Hemel is opgevaaren. Maar allerbijzonderst is deeze opvaart

eigen