is toegevoegd aan uw favorieten.

Hugo de Groot. In zeven zangen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ZANG. 117

„ Elk balling is nu vrij, wat mag mijn Hugo hoopen ?

„Haast krijgt gij hem aan huis!„„wel aan dan,zeudt hem maar" (Was 't lachend antwoord,)„„'k zal vol blijdfchap hem ontfangen'

,, ('k hernam al boertend:) ó, gij zijt eene edle vrouw! „ Doch, Hugo wordt bewaakt, in fpijt van ons verlangen,

„ Gelijk een vogel die zijn kooijtje ontvluchten zou ! „Dit fchertzen zal voor 't minst,wen ze u ontvoerd aanfchouwen,

„ Hen doen begrijpen dat geene onbedachtzaamheid „ Mijn handel heeft beftuurt; voorts moogt ge u gul vertrouwen

„ Aan mijn vriendin, en aan haars Daatzelaar's beleid. „ 'k Zal morgen zelfs de Gaê des Slotvoogds gaan bezoeken;

„ Ik won voor lang haar gunst, zij voelt ons treurig lot', 9, 'k meld dan, in ons gefprek, dat ik een kist vol boeken,

„ Wijl ge u te veel vermoeid, afzenden zal van 't Hot: Voorts, durf ik d' aanflag vrij mijn dienstmaagd toevertrouwen

„ Ik ken haar gullen aart, zoo minzaam als oprecht! "... Nu opend men de deur : 'k hoor Van de Velde ontvouwen ( a ),

Hoe Pronink, lang de gunst van Maurits toegezegt,

Zig,

C«) Van de velde. Bedienden van de groot.— Minnaar van zijne Dienstmaagd; en, naderhand, door zijn Meester onderweezen , wierdt deeze Jongkman een onzer bcroemdfte rechts* .geleerden, waarvannog heden afïïammeliiigen in leevenzyn. H 3