is toegevoegd aan uw favorieten.

Laatste vruchten, voor de Nederlandsche jeugd.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4( 7°

2e dezelve gehoorzaam was en alles deed, wat een braaf Kind betaamde.

Maar na dien tijd , had zij, zonder dat men wist hoe, de allerleelijkfte en kwaadaartigfte gewoonten aangenomen.

Als men haar wegens het eene of andere kwaad dat ze begaan had, beftrafte, zooiiet ze de lip hangen. Raakte iemand iets van haar goed aan, dan voer ze tegen hen uit, als of ze hen wilde bijten.

Wierd haar iets bevolen, dat ze niet gaarne deed, of weigerde men haar iets, daar ze op gezet was, dan begon ze in haar zeiven te meesmuilen, of fmeet in 't uitgaan met groote kwaadaartighcid de deuren agter zich toe.

Van dien tijd af aan, was zij, gelijk men zeer ligt denken kan, het verdriet endefmart haarer Ouderen, terwijlen niemand van het geheele huisgezin haar meer lijden mogt.

Meesttijds had zij wel berouw over haare bedrevene ondeugden , zoo dikwerf zij die begaan had en Hortte zomtijds bittere traanen deswegens; maar nogtans verviel zij altoos van zeiven weer op nieuws daartoe. - Op zekeren avond — zijnde St. Nikolaas —

wil*