Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVII.

Afdeeling.

232 TOONEEL DER STAATS-

den worden (1)." — Hij befloot, ein* delijk, zijn voorflel, met deeze opmerkt

lij-

(O Dat dit loflijk Karakter aan onze Natie nog eigen is , heeft Prins Willem de Vijfde , in Zijn Perfooh en Huis, ondervonden : immers, in weerwil van leugen, laster, bedrog en misleiding, die allen te gelijk opgeroepen wierden, (men leeze flechts de zogenaamde Patriotj'che Couranten) om de Gemeente tegen den besten der Vorsten, voor in te neemen,was het nogthans de aanvoerders dier Gevaarlijke famenzweering , ik meen de Stedelijke Drfrnjïeweezens , niet mogelijk , zelfs niet door dwang en geweld der gewapende Vrijkorpfen, om het Algemeene Volk (*) in hunne aanflagen te

doen

(*) Ik doel hier op de Smalle Gemeente , die volftrekt geen eisen op rang noch aanzien heeft, en dcrhalven over de Gcbeurtenisfen alleen oordeelt, volgens de in (p raak van het hart en de aangebooren denkbeelden van rechtvaardigheid , waar van zij nooit afwijkt, zelfs niet door omkoping of dwang: want gefchiedt het eerfte, welk met opzicht tot eenige weinigen, in evenredigheid van de groote menigte, aeer mooglijk is, dan ondervinden hunne Verleiders, wat zij wagen, door zig te moeten vertrouwen , aan de afgedwongen befeneidenheid der zulken, wier aankleving alleen, door den h(.ogftcn prijs der geldbieders, fhndvastig blijf;. Wanneer het laat/Ie plaats heeft en het Volk door hoogerhand gedwongen word,zijne neigingen te fmooren ,dan befpeurt men eene zichtbaare onwilligheid en zodanige onderwerping is niet ongelijk aan eene opgeftopte Rivier, wier uitbarfting altoos te yreezen is. ——— Omkoping en dwang, zijn beide uitter-

itens.

Sluiten