is toegevoegd aan uw favorieten.

Proeven van poëtische mengelstoffen, door het dichtlievend kunstgenootschap onder de spreuk: Kunstliefde spaart geen vlijt

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELSTOFFEN. 93

• Mij doet mijn zeker Lot, mijn naadrend Einde leezen*

Eens wordt die taal gehoord: [ „ Hij leefde gistren nog : maar ligt nu, roerloos, neder ' „ Tenbuitvan't grafgewormt: wij zien hem nimmer weder [ „ In dit afwisflend Oord." : >t Verftijfd gelaat, gebrookene oogen j Bemerken eens niet meer de beste gade of vriend; I De tonge ontbeert dan 't fpraakvermogen f En >t oor heeft uitgediend.

Een kouden angftig zweet zal 't klamme voorhoofd dekken1 ?t Hart dof en — langzaam flaan:

: 't Staat ffil! zo fterven we, om ten beeldenis te ftrekkëri

I Van de ij delheid van ons beilaan.

'k Zal dan uw traanen niet aanfehouwen, I Mijn vrienden! dierbaarfte aller vrouwen! I Geen troost of hulpe u bièn; 1 Stil, eenzaam weggezonken

In 't Ouderlijk gebeent, geen ramp of zegen zien -

Maar: ligt dit Lied voor God een enkel harte ontvonken! Wat nood nogthans? Dat oog dat de eerfte toonen

Des Serafs ziet lang voor ze de Engel denkt ■

Miljoenen weezens te gelijk in 't Leven wenkt,

Ziet op ons neêr van uit den Troon der Troonen!

'k Zal