Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AGTSTE VERTOOG. 241

ik eens het eene door het andere menge; eene gewoonte Welke alleen in beroemde schryvers word goed geheeten, die, dewyl zy te veel schryven , geen tyd hebben om hunne zaaken in order te schikken. Het viel my in, of het niet mooglyk en zelfs waarschynlyk zy, dat onze ziel somwyl ons ligchaam voor eenigen tyd verlaat, en dat wy op dit oogenblik slechts enkel leevende werktuigen zyn ! Welk eene gedachte! In 't vervolg meen ik ze uittewerken.

Geduurende deeze episode kan de derde, wegens welken ik te vooren maar van verre gewag maakte, reeds wat nader by zyn gekomen; neen, zich reeds by ons nedergezet hebben. Dewyl hy bemerkte dat zyn vriend in zulke diepe gedachten tegen den boom zat te leunen, of dewyl hy mogelyk vermoedde dat hy sliep, 't welk zonder een wonderwerk ook wel mogelyk geweest ware; wilde hy hem op eene aartige wyze verrassen. Hy sloop derhalven stil achter de bank , en wierp hem een gantschen handvol keizelgruis met zand vermengd over het hoofd, waarvan twee derde deelen in zyn paruik bleven hangen, terwyl wy beiden van het overige vry wat in de oogen kregen, 't geen den uitvinder van deezen geestigen inval, eene ongemeene vreugde veroorzaakte.

Ei, wat is dit! heer Pamphilius, (myn leezer zal my niet kwalyk neemen, dat ik deezen heer niet eerder by zynen naam heb genoemd, want ik kan op myn autheurs geweeten verzekeren , dat ik denzelven voor twee minuuten nog niet wist,) heer Pamphilius, riep de vreemde heer uit, terwyl hy lachte dat hy schaterde, doordien de ander, wegens het zand dat hy in de beide oogen gekregen had, hem nog niet had kunnen aanzien, hoe zit gy daar zo als een Curator, die de schulden van een' wrakken boedel berekent? Slaapt gy of waakt gy?, Ik geloof inderdaad dat gy droomt, of dat gy verliefde grillen in 't hoofd hebt. Ja, ik heb het geraaden. Niet waar ? Mevrouw *** behaagt u? Ik heb het heden om elf uuren reeds geweeten dat gy uwe opwachting by haar gemaakt hebt. Wie heeft u de onderneeming in 't hoofd geVI. Afd. XIII. Deel. R bragt

Sluiten