is toegevoegd aan uw favorieten.

Nederlandsch Afrika; of Historisch en staatkundig tafereel van den oorsprongelyken staat der volkplantinge aan de Kaap de Goede Hoop, vergeleeken met den tegenwoordigen staat.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C Si )

De Burgers, die voor hunne hulshouding vee willet* nachten, moeten aan de Maatlchappy 1 Huiver voor ieder fchaap, en 6 duivers van iedere koe betaalen. Deze belading , welke zeer gering fchynt, is nochtans zeer aanmerkelyk ; waht de huisgezinnen zyn in deze Vólkplanting zeer talryk, nit hoofde der verbaazende vruchtbaar» beid der vrouwen, en dc menigte der flaaven, Van welken men genoodzaakt is zich tot den arbeid te bedienen; 't welk maakt, dat men grooten voorraad moet opdoen.

In dert jaare i/yz., werdén alle Ingezetenen, Planters en Burgers by. een Plakaat der Hooge Regeering van Indië krachtiglyk verzocht, Onder plechtige» eedeeeuejuifte fchatting van hunne goederen, meubéleh; juweeleu enz. zoo hun zeiven als hunne vrouwen en kinderen toebehoorende, 'te maaken, op den voet by 't Plakaat zelf bepaald , en by wyze van vryivillige doch baarblykelyk gedwongen gift, 'er den joden penning van te betaalen.

Tót het maaken van eene Moelje in de Baai dér Kaap* ten einde de fchepen der Maatfchappy daar, geduurende 'den Winter, veiliglyk ten anker zouden kunnen liggen, werden de vrye Burgers aan de Kaap genoodzaakt tot eéne fchandelyken en zeer koftbaareii Heeren-dienft, dat is te leggen ', dat zy genoodzaakt waren hunne flaaven te zenden , om daaraan te arbeiden, of naar evenredigheid van 'tgetal hunner flaaven geld te geeven. Deze fchandelyke Onderhevigheid zoude alleen bewyzen, dat de Maatfchappy geen acht meer flaat op de vryheden en voorrechten der Planters aan de Kaap. Het kennelykfte en onderfclieidenfle kenmerk van een' leenman is zonder twyfel de verplichting vati Heeren-dientten voor zyncn Heer te doen.

In 't Jaar 1762, noodzaakte men de Burgers mede tot eencn anderen Heeren-dienrt , van denzelfden aart, om een plein te maaken, hetwelk alleen tot lieraad dient ^ waarvan de daar by wöonende Dienaareu der Maatfchappy 't meeüe genot hebben.

In den Jaare 1774, moed 'er een nieuwe weg worden gemaakt, welke van't Kalleei naar \ Rond Bosje, of orti haauwkeuriger te fpreeken , van 't Kadeel naar de fraaie buitcnplaatfen des Bevelhebbers en van dén Seconde liep. Deze weg kodte zoo aan de Ingezetenen der Hoofdplaats als aan de Planters der Maatfchappy over de 6o,coo guldens ; en dat alleen voor 't dagelykfch gebruik der twee terlte leden der Regeeririg. Vruchteloos zoude men teF gen»