is toegevoegd aan uw favorieten.

De Geuzen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i(>c5 OPHELDERINGEN.

Vergeefsch gaf Bloeimaand zachte luchten,

De Zomer, lachend Lentegroen: Geen Tuinvermaak, geen Landgenuchten,

Vermogen Keetjen aan te doen. Maar als de Vorst in Wintertijden Geheel Noordholland koomt verblijden,

Dan heeft hem 't minnend hart te baat; Wanneer, op 't glippend ijs geheven , pe jeugd den wind voorbij durft ftreven,

En d' ouderdom bij 't haardvuur laat.

Pan kunnen Minnaars zonder fchroomen

Hun oog doen tuigen van hunn' brand, En, vliegende over 't vlak der ftroomen,

Op de ijzers drijven, hand in hand. Dan leiden Thomas vlugge fchaatfen Zijn' hartewensch door Burenplaatfen:

Hij drukt de vingers, die hij houdt; En. als een zoentjen, bij 't verpoozen, Des Meisjens bleeke kaak doet blozen,

Dan zijn geen Noordewinden koud.

Maar ach! bij de Ouders wordt vernomen,

Wat kuifehen gloed haar fpeelreis dekt, En alle kans is weggenomen,

Dat Keetjen zich hun oog onttrekt. Wat zal des Minnaars drift beginnen! Komt, zegt hij, Makkers, buit gaan winnen!

Daar ge andre op Krijgskans uit ziet gaan, Hun moog hij Vrijheid voor hun zwerven, Ons, goud en vrijfters doen verwerven!

En honderd man nam 't met hem aan.

ZULT