Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o GRONDREGELEN vooa

de verhevenheid van het onderwerp dat hij verhandelt , altijd verre beneden den ipreker zal zijn die het groote van zijn onderwerp weet te onderfteunen met de benoodigde mate van welfprekendheid.

Ik herhaalhet, de hevigheid, het overdrevene, kwalijk gebruikt, is altijd walglijk en belachlijk; en ik ben "gantsch niet, met een menigte aanfchouwers , van gedachten, dat het 'er niet op aankomt als 'er in de handen geklapt word, of het wélverdiend gefchiede. Doch in (tukken, die met kracht moeten gefpeeld worden, is het, mijns oordeels, beter een weinig te veel vuur dan een iets te weinig. De groote zaak van een' tooneelfpeler is , de aanfchouwers te treffen , en niets is zo affchuwlijk in een' tooneelfpeler dan koelheid, en niets tevens zo gevaarlijk. Dit is het noch niet alles; men houde vooral in het oog, dat, wanneer de omftandigheden groote hevigheid vorderen, men bezorgt zij de ftem in den beginne niet zo geweldig aan te zetten, dat zij op de helft van den weg is afgemat. Men befpot met allen recht een' ij veraar, die aan het begin des wegs terftond begint te rennen, om aan het einde der loopbaan voort te hompelen, of te kruipen.

Zou*

Sluiten