Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Derde Bedrijf. 311

Trotschaart.

Dat Canailieufe Vrouwmensch! Maar wat zullen wij nu bc ginnen? Ik ben radeloos.

Justus.

Men moet dit met bedaardheid overleggen, om door overhaasting geen flap te doen welke ons naderhand zoude berouwen.

Trotschaart.

Daar hebt gij gelijk in. Maar men kan echter niet fiilzittende verdraagen.dat men zo fchandelijk bedrogen en beftoolen word. Wie weet, als die vervloekte Canailliein handen van het Gerecht kwam , of zij niet opgeknoopt wierd, zo wel als haar broeder.

Justus.

Zij zou groot gevaar loopen; maar indien dit gebeurde, zoude het u veel onaangenaamheden kunnen veröorzaaken. In zulk een geval zou zij zekerlijk eene bekentenisfe doen, van alles wat 'er tusfchen u en haar is voorgevallen; en men is 'er veeltijds niet opgeftelt, dat zommige zaaken,die in onze huizen gefchied zijn, openlijk bekend worden; veel min dat dezelve voor een Rechtbank koomen.

Trotschaart.

Die Duivelfche Heks had mij fchier betoverd; zij heeft mij voor meer als 2000 guldens aan waarde ontdooien; doch mijn befluit is genoomen: zij zal wel aan de galg koomen, al help ik 'er haar niet aan. Dit klein verlies kan mij ook weinig hinderen.

X 4 ZE-

Sluiten