Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INKLE en IJARICO. 27

TRUDGE.

Waar diende dat toe?

•WOWSKI.

Ik fteek het in mijn mond, en dan gaat het pof, pof, pof.

TRUDGE.

Te droes! dan leerde hij u rooken.

WOWSKI.

Ja, ja, rooken, rooken.

TRUDGE.

En, wat is 'er op het laatst van hem geworden? Wat hebben uwe landslieden met den ouden fukkel gedaan ?

WOWSKI.

Onze Overfte liet hem dooden, en zij hebben hem op éénen dag opgegeeten.

TRUDGE.

Help Hemel! Wat maagen zijn dat, die een ouden JYlatroos konnen verduwen ! Maar daar zijn geloof ik, wel meer Kapiteins, die wel ailes wat zij dooden, zouden willen eeten! Ach! arme Trudge! nu ligt gij aan de beurt, man!

WOWSKI.

Neen — neen — gij niet — neen. (Zij loopt tiaar htm tos.)

TRUD-

Sluiten