Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE HOOFDSTUK.

En daalen wij nu neder tot de laager klasfe , tot het gemeen in onze fteden; gaan wij het zelve in de achterftraaten en fteegen bezoeken; befchouwen wij hunne manier van denken , hunne levenswijze; helaas! hebben wij dan niet moeite, om in hun, ik zal niet zeggen, Christenen, ik zal niet zeggen Nederlanders , maar menfchen te herkennen ?

Geheel ontbloot van kundigheden , geheel zonder bezeilen of nadenken aangaande hunnen oorfprohg, pligten, en beftemming, onkundig aan God en zijn gebod, leeft een groot gedeelte van deze ongelukkigen alleen naar hunne driften , en zijn niet dan in gedaante van het redeloze vee onderfcheiden. Hun geest is geheel nedergedrukt door flaaffche gezindheden, zij Adderen voor grooten, terwijl zij op andere tijden onbefchoft en baldaadig zijn; geheel onbefchaafd, weten zij van geene levensregelen »

dan die de zinlijke Natuur hun voorfchrijft.

Hoedanig het Nederlandsen- gemeen in onze dagen is , heeft de droevige ervaaring geleerd, in zoo veele bewegingen, baldaadigheden, onbefchoftheden, ja wreedheden, die tot fchande van den Nederlandfchen naam gepleegd zijn geworden — zij fchijnen eere noch fchaamte te bezit-

Sluiten