Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. 495

in overweeging genomen, om, gelijk men meermaals gefproken hadt, altoos twee duizend knegten in dienst te houden. Dan, de welgegronde vrees, dat men, het Land niet onderfteund hebbende,toen het geen Knegten hadt, het nog minder ondertteunen zou, als het een aantal Knegten onderhieldt, en dat de Keizer ze niet zou willen voldoeu, als zij ten zijnen dienste uittrokken, deedt, behalven andere overweegingen, dit ontwerp ftaaken. De Hertog van Gelderland, aanfehrijvens bekomen hebbende, met vermaan, om de vreemde Knegten te doen vertrekken, gaf bevel, dat ze na % Stigt van Munster trokken. Hier door week de vrees; doch dezelve werd op nieuw gaande, wanneer zich wederom een groote hoop vreemde Knegten op de grenzen ver, toonde; gelukkig bleek die even ongegrond te weezen als de voorige,toen men bemerkte, dat zij allen na Oost friesland op weg floegen (f). Balthasar van Ezens, een Oostfries Edelman, was weder in onmin geraakt met Enno, Graaf van Embden: ïn deezen twist hadt de Hertog van Gelderland, volgens zijne gewoonte, deel genomen, en dien Edelman het Adelijk Slot Rofande bij Arnhem afgeftaan met verlof, Qrn in zijne Staaten manfehap te mogen werven. Meinard van Ham, een Geldersch Overften, volvoerde deeze werving zo heimlijk, dat niemand de beftemming van dat krijgsvolk ontdekte. Dit veroorzaakte den gemelden fchrik. Deeze krijgsmagr,

CD A. r. b. Gom, Regift. bl. 191-197, O3

Carei,

DE II.

Sluiten