Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43» GESCHIEDENIS

Carel de II.

de Landvoogdesfe, om haar onderltand geld, een Admiraal , en het verbod van de vaart, na 't Oosten en Westen, tot dat 's Keizers Vloot in zee zou weezen , te verzoeken. Op 't antwoord der Landvoogdesfe , 't geen deels het verzogte toeffemde, en onder anderen inhieldt het beflag leggen op alle Schepen , om 'er bekwaame Oorlogfchepen uit te kiezen, begaven zich die van Enkhuizen, Edam en Munnikendam heimlijk uit Brusfel, om, eer het daar toe kwame, hunne Schepen in zee te brengen, en dua van het leveren ontflaagen te zijn. De Stadhouder, misnoegd op de Staaten, om dat zij, door de voor-, fpraak van andere Heeren te verzoeken, hun fcheenen te mistrouwen, dreigde zich des te zullen wreeken, door het fcherp invorderen der toegeftaane Bede; doch hij liet zich, door goede woorden, van dit oogmerk af brengen.

Ondertusfchen gaf de dood van Koning Frederik en de binnenlandfche onlusten, die naa denzelven , geduurendeeene tusfchenregeering,Z>£tf»«»tfrAw van één fcheurden, den Hollanderen moed, vermids zij nu alleen dje van Lubek te beoorlogen hadden. De Landvoogdes benoemde Gekard van Merkeren, Voorheen Admiraal van Vlaanderen, tot Vlootvoogd over de Ilollandfche Vloote, beloofde dertigduizend guldens tot de uitrusting te zullen zenden, en verboodt, behalven de Vaart na de Ooszee, den invoer der Oosterfche waaren over Hamburg, Berk door die van Lubek voortgezet (*) Ook moest zij het ge-

fchuc

O Repert der Plakaat, b\. 57.

Sluiten