Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Willem

de III.

\

508 GESCHIEDENIS

de tegenfpoeden, welken hem treffen , te herftellen» zijne werkzaamheid in het Kabinet en in het Veld; en, eindelijk, de roem, van paal en perk gezet te hebben aan de anders onbegrensde Staatzugt van Lodewijk. den XIV. — Dit alles onderfeheidt Willem den III. onder de V-orsten, en doet zijn Naam leeven bij de laatere Naakomelingfcbap.

Het Gemeenebest is aan öeezen Stadhouder geen gering gedeelte verfchuldigd van den roem , welken het ten dien tijde verkreeg , en mogelijk het geluk van her ontkomen des dwangjuks , 't geen Frankrijk en Engeland, zamenfpanner.de tot deszelfs verdei f,

het meende om den hals te knellen. Engeland

heeft deezen Vorst dankteweeten het voordeel, dat zjjne tegenwoordige t-taatsgefteltenis rust op den grondflag. der (taalkundige vrijheid en het regt der Volken. — Men moet egter toeftaan, dat hij het verbaazend groot gezag, in de Ferèènigdt Gewesten verkreegen, zeer veel verfchuldigd v/as aan een zamenloop van omfhndigheden. Volksopfcbuddingen en oproeren bezorgden hem de Stadhouderlijke Waardigheid. De vrees voor de gevolgen van regeeringloosheid en verdeeldheden , toen heerfcherde, maakten , dat men hem een buitengewoon gezagopdroeg. Hij werd gemagtigd , om het groorife gedeelte der Wethouderfebappen en der Amptenaaren te veranderen. Hier door viel het hem gemaklijk , zijne Gunstelingen te bevorderen en te verheffen: ook hingen gevolglijk alle raadflagen van hem af. 'tls waar , dat de begeevingen der Ampten in Gelderland, U-

treski

Sluiten