Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NEDERLANDEN. «25

ken (*). Veere kon niet bewoogen , maar alleen zo verre gebragt worden, dat men befloot , geene Verlijbrieven van het Markgraaffchap aan iemand te verkenen (f).

Dit was de toedragt deezer zaake tot den jaaré MDCCXXX. Toen arbeidden de Stadhouderlijke Gewesten vergeefsch om voor hunnen Stadhouder zitting in den Raad van Staate te verwerven. Bij de Staaten van Zeeland werd , ten dien tijde , uit naam van zijne Hoogheid , den Prins van Oranje, verlof verzogt om befchikking te mogen maaken óver de Leengoederen van het Huis van Oranje : maar hier kwam niets van. Doch in den jaare MDCCXXXII. bragten de Staaten van Holland te wege , dat deh Stadhouderen van bijzondere Gewesten den toegang tot den Raad van Staate geheel ontzegd wierd , on« danks het ijveren van Friesland (§).

Ten deezen jaare was het lang gehangen hebbendé gefchil Over de Nalaatenfchep van Willem den IlTi afgedaan (*'). Zijne Hoogheid , nu meerderjaarig geworden', verzogt bij de Staaten van Holland én Zeeland, om uitkeering der Goederen, die nog on-

der

(*) Suppl. au Corps Dip!. Tom. III. P. II. p.40».

(t) Nor. Zeel. 1724. bl. 33. 41.46.

(§") Refol. Holl. 1730. bl. 270. 279. 341. 1733. bi,328.140,181.

(**) Suppl. au Corps Diph Tom. III. P. II. p. 335, Rousset Recueil, Tom. VIII. p. 408. Eurtp. Merei 1732. bl. 45.

X* Deel. F

StaatsRegsr.

ring.

Vlisfingen ei l^eere van allé Leenroe*' righeid ontheeven.

Sluiten