Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 226 )

feleti, met al het gefcbanpene gemeen hebber7s nog daarenboven, van den kant des Scheppev.-i, genoegzaame verzekering hebben, dat Hij ons menschen, als redelijke en verftandige wezens, nog een meer bijzonder aandeel in zijne liefde en gunst wil fchenken, en de jtreelende bewustheid en overtuiging daar van in onze zielen doen gevoelen, wanneer wij van onze zijde in een eerbiedig, ootmoedig, daukbaar en pligtmaatig gedrag, ten zijnen aanzien verkeeren: met andere woorden, dat Hij van zijne zijde bereid is, met den mensch in vrindfchap te leeven, en door bijzondre liefdeblijken het vermaak van onderlinge gemcenfchap aan te kweeken, wanneer zulks'aan de zijde van den mensch, door Godsdienftige geneigdbeden te hemvvaards wordt gezogt en beantwoord- Gewigtig onderzoek.1 van hoeveel belang Is de uitflag van het zelve, voor de rust en het genoegen des menschelijken Geflachts ! ó Gij allen die uwe waare eer en gelukzaligheid lief hebt, ó dierbare Natuurgenooten ! verdubbeld met mij uwen aandacht, bij dit belangrijk onderzoek ! En Gij. altoos welnaadig Wezen! dat wij langs hoe meer wenfchen te kennen en te beminnen, licht Gij ons voor met uw Goddelijk verftand!

De Mensch v.erd gefchaapen om in Vrindfchap met Go" te leeven. Laat ons menfchen maaken naar onzen beelde. (*) zeide God, bij de Schepping van den mensch, en de openbaring hier van, benevens de uitdrukkelijke melding van het Goddelijk patroon, waar na hij gevormd is, toonen het goedertieren oog-

(*) Gen. I vs. 26.

Sluiten