Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Christelyke Openbaaringe, enz. 233

Het behaagde de Godheid, om zeer gewigtige redenen, ten tyde van Abraham, voor zichzelven, een volk, uit alle andere volken, af te zonderen? om, onder het zelve, een byzonder Godsryk op te réchten. Onder dit volk wilde hy, om even wyze redenen, geduurende eenen afloop van verfcheidene eeuwen, als de God van Israël, gekend, geëerd, en gediend worden; zonder zich aan eenig ander volk te ontdekken. En dit was , in dien tyd, een byzonder voorrecht van Israël! indien wy dit volk, in het juiste licht, dat is te zeggen, volkswyze, befchouwen.

Dit is, uit de gewyde Schriften, ten vollen bekend! want die leeren ons: Dat God weleer zyne woorden alleen bekend maakte aan Jacob, en zyne inzettingen aan Israël; zonder zulks te doen aan eenig ander volk! Pfalm 147 vs. 19 en 20. En dat alle volken, in dien tyd, waren zonder Christus ; vervreemd van het burgerfchap Israëls ; vreemdelingen van de verbonden der belofte; geene hoop hebbende; en zelfs zonder God, in de waareld! Eph. 2. vs. 12.

Laate ik de zaak, in byzonderheden, kortelyk voorftellen,

§. 181.

Om dit zeer gewigtig Stuk , in eene behoorlyke orde, te behandelen; wil ik vooraf, met een woord, hebben opgemerkt.

Dat men my hier, in diervoegen, niet moet verftaan; als of ik zoude willen zeggen: Dat P 5 er

Sluiten