Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

520 DE ONSCHULD VAN JESUS,

XXXII. te zien, dat ik niet met reden mag kunnen bei

Over- r ö I

denk. fcrtaldigd worden : zijn bloed fchittert zo heer] lijk, dat ik bij deszelfs befchouwing daar od verlieve, om naar jesus te gelijken: daar in isl de bevordering van mijn waar geluk ; daatj door wordt alieen de rust der ziele verkregenJ langs dezen weg ga ik veilig naar de eeuwig-] heid!

Voorts zie ik in de Jooden en hunne OverJ ften eene treurige beeldtenisvandeverhardingjj die de zonden in 's menfchen hart dicht. Daafe de liefde tut Godin het hart woont, daar wordtil het zelve vertederd , en voor alle zachte aan-J doeningen vatbaar gemaakt,daar ontfpruitlief-j de tot de menfchen, medelijden met derzelverj nooden, deelneeming met de lijdenden, daarl wordt zelf in het leed van den fchuldigen een] belangneemend aandeel gevoeld, hoe veel tel meer in de fmerten van eenen die fchuldloos l

lijdt. Dan hier zie ik het tegendeel: dei

Jooden, zo zeer door jesus liefderijk hart; beweldaadigd, zo zeer overtuigend bewustj: van zijne onfchuld, kunnen noch door hero-, des bedrijf, noch door pilatus betuiging, tot eenig memchlijk gevoel te rug gebragt worden! — De laage fchimp van her odes, het. aanbod van pilatus, om eene fellegeesieling aan de onfchuld te laaten geeven, kunnen nog.

aan

Sluiten