Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRIJSVRAAG VAN 1776". 29

deren, die Hechts met eenen gemeenen naam Franken genoemd worden , hoedanigen 'er voor al velen in Galliè' waren, die, hoewel Sueven zijnde, welken zich aan de Franken overgegeven hadden, onder den naam der laatften begrepen werden en doorgingen. Reeds lang voor den tijd van Caesar, hadden de Sueven een en andermaal woonplaatfen over den Rhijn gezocht en bekomen. Dusdanige Suevifche volkplantingen, ontzaglyke broeders der Franken, hebben noodzaaklijk hun Gemeenebest, hun voorrecht en hunne heldhaftige taal, hoewel zy in naam Franken waren, moeten behouden. Schieter geeft ons , in zyne aanteekeningen op de Kronijk van Koenigshoff, een geflachtregister van de Kaerlingen in Latijnfche verzen gefchreven , en de taal der Kaerlingen , naderhand de Lotharingfche genoemd , is de heldhaftige taal der Theotisken. In dit geflachtregister wordt gezegd, dat de eerfte Stamvader van dit geflacht Ferreolus de Schoonzoon van Siagrius, den Romeinfchen Bevelhebber over Galliè', in 'tjaar 464, uit hoofde zyner vrouw Papianille is geweest. Industria, de vrouw van den kleinzoon en naamgenoot van dezen Ferreolus, maakt men op, dat eene dochter van KLovisden I. is geweest, en dat hun zoon de Raadsheer Ansbertus, door zijn huwlijk met vrouw Blithildis, fchoonzoon van Klotaris den I. geworden is. Waaruit de grondflag gelegt is tot die macht, welke 't gebied der oude Franken en der Teutoonfche taal reeds in zijn' kleinzoon, den Hafmeier Sint Arnulf, eerften Hertog aan de Moezel, en in zijn' achterkleinzoon Ansegisus, fchoonzoon en erfgenaam van Pifijn van Landen, Markgraaf aan de Schelde , ondermijnd en aan

D 3 't wank-

Sluiten