is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C68)

land, te mannen van Juda, de koninglyke ftam, de aanzienelykfte des volks, die het voornaamfte gedeelte van Israël, des Heeren wyngaard, waren, vers7, en die het oordeel over de tien ftammen, het ryk van Samaria, binnen kort, tot hunne waarfchouwinge, zien zouden , ipreekt Immanuël aan en verzoekt ze tot richters.

Nu dan, daar myn wyngaard geen goede maar Hinkende druiven, geen deugden maar zonden heeft voordgebragt, oordeelt doch, bid en verzoek ik u, tujfchen my en mynen ivyngaard, myn volk Israël, liet welk my als een wyngaard is. — Onderzoekt by wien de fchuld van onvruchtbaarheid in 't goede zy, by hen, mynen wyngaard, of by my, hunnen Heer. •Overweegt aandachtelyk al de moeite en koften,alle de weldaden, welke ik aan hun gedaan hebbe, en wat goede werken zy, als vruchten, hadden moeten voordbrengen, en vonnift dan, of de fchuld by my dan by hen zy, en of ik met reden langer geduld met hun hebben konne.

De liefderyke Heiland geeft het oordcel aan hun over, onderwerpt zich aan hun yonnis.om zoo te toonen zyne bereidwilligheid, om alle goedheid, welke kon uitgedacht worden, aan hun te bewyzen, en daar mede hunnen mond te floppen en hen te doen bekennen, dat de fchuld geheel en alleen by hen was, en zyn vonnis de billykheid zelve.

Dit zien wy uit die twee vragen , welke hy, vers 4, ter hunner overtuiging voorhoudt; de eerfte betreft 'S Heeren, de tweede hun doen; de eerfte is meer uitdagende, de tweede meer klagende.

Wat is 'er meer aan mynen wyngaard te doen, het welk ik aan hem niet gedaan hebbe?

I. De