is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 222 )

kingen, welke die in het verfchiet, waarin deze text de zaak vertoont, genoeg ophelderen.

De eerfte is: dat wy menfchen niet onfeilbaar weten , wie Gods beminden zyn. Wy kunnen misfen in het oordeel over rechtvaardigen en godloozen. Daar konnen ook onder de godloozen beminden om der vaderen wille zyn , of zulke, welken God verkoren heeft, en door liefdekoorden trekken wil. En behalven dit al, wil God, op dat wy, uit het geen voor oogen is, zyn liefde, noch haat, in dit leven, kennen zouden, vele uitzonderingen op den gewonen regel maken , om ons gezicht te verbysteren, Pred. M: r. 2.

De tweede is: dat 's Heeren beminden, door traagheid in hun werk, of wantrouwen aan de Voorzienigheid en angfh'g zorgen, menigmalen oorzaak geven, dat hy hen verlaat, niet met hun in hun werk is, en zoo hun, om hen te tuchtigen, niet doet naar het recht van die genen, welke zynen naam beminnen, gelyk hy anders , volgends deze woorden , doen zou.

De 'derde is : 'dat de Heere ook door de regenlieden, met welke hy hen beproeft, hen bevoordeelt, door zyn wondere hand hen daarin niet alleen onderfteunt en bewaart, maar ook daar in zelfs hun welvaart uitwerkt, en hen alzoo, als in den flaap, bouwt en bewaart. Hetgeen Jacob in al zyn druk bejegende, bevoordeelde hem. Met Jofeph was de Heere in flaverny, in gevangenis, en deed alles wel gelukken, wat hy deed. Zoo was hy ook overal met David, en maakte door zyne verootmoediging hem groot, 2 Sam. XXII, 36.

Ein-