Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GODS TESTAMENT en VERBOND. 31

loofsverbond met God fluiten, alleenlijk te duchten hebben voor eene Vaderlijke kastijdinge, wanneer zij in den Geloofswandel hier en daar ftruikelen of af% wijken.

Het oogmerk ert einde van die twee herbonden is ook van verfchillenden aart. Het Belijdenisverbond , gelijk het beantwoordt aan de uitwendige Roeping of aankondiging van het Testament, zoo is 't het middel, waar door men zijne intrede in de Kerk doet; het Genade- of Geloofsverbond, 't welk beantwoordt aan de inwendige Roepinge naar Gods voornemen, is de weg, waar langs men kragtdaadelijk door Gods almagtige werkinge getrokken, zijne intrede doet in den ftaat der Genade, en de gemeenfchap met God, en waar door men zich plegtig verbindt, om voor de ondervondene verlosfinge waarachtige dankbaarheid te bewijzen. Dus behoort het eerfte Verbond meer tot de kennis en erkentenis van zijne ellende, benevens de verlosfing uit dezelve- en het tweede tot de ondervondene verlosfing, en'dankbaarheid daar voor, aan God in een'heiligen wandel te bewijzen. Zoo iemand het eerfte alleen door bloote toeftemming gemaakt heeft, loopt hij ieder oogenblik gevaar om 'er uit te vallen. Doch, bij aldien hij de voorwaarden van Geloof en Bekeering, niet flechts toegeftemd, maar werkelijk onder het toeftemmen heeft daargefteld, zoo heeft hij even daar door ook het tweede Verbond, dat in kragt een eeuwig Vredeverbond heet, getroffen. Dit is dat Godlijk onverbreekbaar.Echtverbond, waar toe de belofte hoort, Jef. L1V: 10. Bergen zullen wijken, enheu*

Sluiten