Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3-38 i> e . g e s- p e. e k k e n

ELFDE GE SPRE iL

e m i l ï a.

(>Zj ïiB dan dc déur van het kahhiei-, )

moeder;

•lEVie is daar ?

e m i l i.a.

Moeder, het is een klein perfoontje, dat op dè teentjes aan komt dribbelen.

moeder.

En wat wilde dit kleine perfoontje, dat op dé teentjes aan komt dribbelen ?

emilia.

o Gy fchryft. . . dat fpyt my. .

moeder.

Waarom ?

ë m i l i a; Wel, aan wie fchryft gy ?

moeder,

Aan iemand, daar ik wat mede te doen heb ,ëh die gy in 't geheel niet kent,

emilia; i

En wat fchryft gy ?

m o E*

Sluiten