is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven van Abraham Blankaart.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io8 BRIEVEN VAN

heid beweent, ook, terwyl zy zich daar ntoit niet geheel weet boven te verheffen , ben ik geheel deernis, en zorr zo met onzen grootcn Leermeester kunnen uitroepen : Blyf in w.v huis , en Zondig maar niet meer.

Eene welopgevoede Vrouw, want anders

denk ik daar zo niet over — die uit de pret van vegten , toebruijen, hangen en worgen praat, ontfteekt zulk een verregaanden afkeer in my , dat ik nergens door te winnen ben, hoe veel goeds zy ook bezitte. Als ik een hard kind zie, dat zyne liefderyke Ouders tergt, dan beef ik terug, even als voor een jong wangedrocht, cn bid, dat God toch de waereld daar van, hoe eerder hoe beter, wil vcrlosfen. Dit is het niet al, Keetje; — ja, ja, ik ben al een wonderlyke Abraham Blankaart ; dat beloof ik je, en kryg my eens (teders ! Als ik Meisjes zie, die by het ontwikkelen haarcr vermogens Jongens fpelletjes verkiezen , boven poppen en fpcclgoed; die altoos praaten van vogels fchictcn, van jagen, van een gelaaden pistool, van fnaphaans aftebranden; wanneer zy dit niet alleen , als de nood aan den Man komt, zouden durven doen, dat's wat anders, maar in plaats van peperneuten of zuikere erwten , voor haar duiver, om een fhiiver mosfen hagel koopen, en een kruidhoorntjé in dc zak draagen , of bette pas kwam; wanneer zy van lieve Ouders, en braave Weldoeners , affcheid kunnen neemen,

als