Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hI S T c ii 11 - B E s C I-i R Y V-1 N g. 243

genootfchap moest beflooten worden, wordende tevens de Gelderfche afgevaardigden ter generaliteit gelast om van dit oogmerk en inzigt van hunne ed. mogenden kennis te geeven van den Pruisfifchen gezant van Thukmeyer. De meergemelde voorftanders der vryheid y verden tenfterkften tegen dit befluit, Vericlaarehde, dat zy, hoe volvaardig zy ook waren om het hunne tot Im-ilel der eendragt door alle mogelyke middelen toe te brengen, egter * gelyk van meening waren , dat doof ' Hunne edelmogenden 'met meer digniteit op _s konings brief, hoe welrneenend ook de inzigten van zyne Pruisfifche majesteit waren, moest worden geantwoord,doch hunne poogingen liepen vrugtloos af. Eindlyk wierd op den rondgaanden brief van den prins erfftadhouder tot vereffening aller Verfchillen en hcrfltel der eensgezind heid onder de regeeringsleden, inwèer* wil der yverige vaderlanders , een zoge. öaamd antwoord vastgefteld, waarby hunne edelmogenden , offchoon zyne hoog heid in gemelden brief zelf fprak van eenJ verbetering en overziening van den inQ. 2 wen-

1784^

Sluiten