is toegevoegd aan uw favorieten.

Kort begrip der algemeene geschiedenis. Voor jonge lieden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gefchiedenis der Grieken. 189

veroorzaaken ons niet fleehts ongemeene genoegens , maar kunnen ook even zoo veel nut te weegbrengen.

X. Dit beproefde Orpheus zeer gelukkig bij de nog losbandige en ruwe Grieken. Hij zong hen liederen voor, welke zij greetig aanhoorden, en fpeelde daarbij zeer aangenaam op zijne citer ; niet, om hen een tijdverdrijf te verfchaffen ; maar tot het aannemen van zijne leeringen , welke zij zeer noodig hadden , en hen echter gantsch onbekend waren, uittelokken. Zijne gezangen preezen het genoegen van het gezellige leeven en der zachte zeden ; verhieven den lof van God, en moedigden deszelfs verëering aan. Met het bevallig geluid zijner dichten toonkunst (fchoon beide die kunften nog zeer gebrekig moeten geweesi zijn) gingen ook alle die denkbeelden en gewaarwordingen in hunne gemoederen over, bleeven bij hen in een leevendig aandenken , en veroorzaakten eene zichtbaare veran. dering in hunne denkwijze en zeden. Dat heet eerst recht, zoo wel de dicht- als de toonkunst , tot het hoogstmooglijk nut gebruiken, naamlijk ter bevordering van Godsdienst en deugd. En zoo hebben zig veele wijze mannen van deeze kunften bediend , tot dat men ze, van tijd tot tijd , meer tot een enkel genoegen voor de verbeelding en de ooren begon te bezigen. Gelijk Orpheus nu door zijn inneemend gezang menfchen , die bijna als dieren leefden, had befchaafd:

zoo

Orpheus bedient zich daarvan gelukkig.