is toegevoegd aan uw favorieten.

Kort begrip der algemeene geschiedenis. Voor jonge lieden.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

386 I. hoofdd. Oude gefchiedenis. ix boek»

rhus , dat de Raad hem zoo eerwaardig was voorgekomen, als eene vergadering van koningen. Weldra had ook de koning gelegenheid, om zich over eenen van deszelfs leden te verwonderen , toen de Romeinen nevens anderen ook Fabricius tot hem afzonden. Deeze was een zeer deugdzaam oud man, die zeer armoedig leefde , niettegendaande hij reeds Conful was geweest. Al zijn zilverwerk bedond in eenen zilveren beker , waarvan de bodem dechts van hoorn was. Aan zijne dochters konde hij niets ten huuwlijk geven: weshalven de Raad haar uit 'slands kas eene huuwlijksgift fchonk. De aangebodene gefchenken van zeker Baliaansch Volk doeg hij af, met te zeggen, dat hij rijk genoeg was, dewijl hij zijne begeerten wist te bepaalen , en dus maar zeer weinig behoefde. Niet minder onverfchillig wees hij het veelvuldige goud van de hand, dat Pijrrhus hem wilde fchenken. Den volgenden dag nam de koning eene proef van de onverfchrokkenheid van Fabricius , door een elephant agter een voorhangfel te plaatfen, welk hij , op een daartoe gegeeven teeken , plotslijk liet opheffen, waarna het dier met een geweldig gefchreeuw zijnen fnuit over het hoofd van den Romein uitdrekte. Doch zonder eenige verandering van houding zeide Fabricius tegen den koning: „ Ik verachtte gisteren uw goud, heden uw monder." Nu zetteden de Romeinen den oorlog met Pijrrhus voord, en Fabricius werd een der

Con-