Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.UTHER

Verzet zich tegen de Pauslijke aflaaten.

[3a ILhoofdd. Nieuwe gefchiedenis. 1 eoeïc.

wilden verrichten. Nu hadden, wel is waar, reeds federt langen tijd, vorsten en andere Christenen over de Pauslij ke aflaaten geklaagd, als die te dikwijls herhaald werden, en teveel gelds uit de onderfcheiden Landen naar Rome lokten. Doch de Paufen bekommerden zich niet over deeze klagten, daar toch de meeste Christenen nog fteeds de aflaaten als nuttige giften , welke in den naam van God werden uitgedeeld, bleeven befchouwen.

II. Dan, toen Leo de zijnen liet afkon* digen, leefde 'er te Wittenberg, de hoofdftad van het Saxifche keurvorstendom, zekere Marten Luther, leeraar in de Godgeleerde weetenfchappen op de algemeene hooge fchool in die ftad, en tevens munnik in het aldaar zijnde klooster van de orde der Augustiners, welke onder de bedelmunnikken de geringde was. Dees man had, reeds lints eenigen tijd, uit de Heilige Gefchriften omtrent den öorfprong en voordgang der Christelijke Godzaligheid betere denkbeelden gefchept, dan men in dien tijd kende; ook had hij niet gefchroomd, om dezelven in zijne volks-leerredenen intevlechten. Toen nu in de nabuurfchap van Wittenberg, de Pauslijke aflaat op eene zeer aanftootlijke wijze aangepreezen en van veelen gekocht werd, die zich verbeeldden dat zij, deezen flechts bezittende, tevens vergiffenis van zonden bij God, verlosfing van de zielen derverftorvenen uit het vagevuur, en volkomene vrijheid hadden, om voordaan naar het goedvinden van hun bedorven hart te leeven:

toea

Sluiten