Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIE.BSCHRYVINS. 335

weest, had hun geen keur gelaaten. Zy hadden zich daar toe ook nog te flerker verpligt gevoeld, nardien de onbewimpelde voordragt van eenige gewigtige zaaken en gebeurtenisfen alleen in ftaat was, om niet flegts hunne Ed. Mog. allerfterkfte en nog voortduurende bekommering overden toeftand van dit Gemeenebest, waar van zy in het flot van dien voorgaanden brief hadden gewaagd, voor de Staaten van Holland te bülyken,- maar ook, om te overtuigen , dat de in hunne tweede Misfive vervatte bekommering, over de gevreesde gefteltheid van het Vaderland, gansch niet ongegrond was; en dat wel deeglyk, de hooggaande onlusten en gefchillen tusfehen Holland , de Staaten van Gelderland en Utrecht, hun het ergst deeden vreefen, en op het fterkste noopten, om aan Hun Ed. Gr. Mogende en aan die Bondgenooten, hunne welmeenendste bemiddelingen tusfehenfpraak aan te bieden: Tot ftaving van al het welke, HunEd. Gr. Mog. begreepen, dat zy niets anders behoefden te doen, dan te verzoeken, dat die van Holland de oogen geliefden te flaan, op alle de onwetti.

Y 4 Ses

1786*;

Sluiten