Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jj Cuncta ihiueiür, perspicii ómnia ■ dtquè in una solus, (solüsest èrnnia}' quae sant, fuerunt, ■ et fiiiura praevid'tt ipse psrennitate. , Atque ipse pienus cuncta replet mij, et setriper idem sustinet omnid, et fert, mo.vetque, amptectiturqüe i ,' , atque supèrcilio gubernat. Te, te oro,. tandem respice me bonus} ïibique nodo junge adamantino: ld narnque solum unumque et otiinè riddere quod potis est beatosi"

J. C. VANltU (i).

U ïb haaste mij s geachte E! den ontvangst Vaö uwen jongsteh met deszelfs bijvóegzel," hetwelk^ fchoon velen zoo niet- ergerlijk, zekér vréémd klinkend, — mij noch bevreemde',■ ~ noêri b'nt" stichtede, met dank te accuseren. Uwe enz; jöB ^Sj Vooral haaste ik mij, ü in dit opzicht mijne bevreemding te betuigen," geen dito Bijvóégzei $88i óf over Spinóza te vinden. Ah antiteléólogïst $èlooft gij mij dit zelfde. Maêt waaïorri hiëToóË iiiét als p'antheist, fatalist3 aangevoerd? Spinoza,-~ waar tegen voor heen zoo velen,1 v/air vöór' üti zoo velen,' eh, ónder dezen,' niet wéinig u'wef vrienden i ijveren ,• süal toch bij ri óók aönmé'rkïn'g verdienen. Te vergeéfsch zult gij zijné' êcÈiiftëSj 200 als ik die wel eens bij u zag, niet

Sluiten