Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De omvang van 't gebruik des zuiv. verftands. 213

S 121.

Derde postulaat van 't empirifche denken, of de grondftelling der noodzaaklijkheid.

De blootlijk logifcbe, of formeele noodzaak» Ujkheid, volgends welke, zekere prcedicaten, met een begrip, onaffcheidlijk, verbonden zijn , komt hier ter plaatfe in geene aanmerking: maar wij moeten hier alleenlijk onze aandacht bepaalen tot het noodzaaklijke beüaan. De eerfte, of logifcbe noodzaaklijkheid ziet op de noodzaaklijke verbinding der begrippen: zo is, b. v., het prcedicaat van rondheid onaffcheidlijk verbonden met het begrip van een' cirkel: een cirkel moet dus rond zijn. De tweede, of we» zenlijke noodzaaklijkheid, van welke wij hier fpreken, bepaalt de noodzaaklijkheid van een verfchijnzel. — In de vorige § zagen wij, dat uit het begrip alleen van eene zaak, van voren , derzelver beftaan niet kan worden bewezen, maar dat 'er altijd iets werklijks, 't welk ondervonden wordt, moet worden verönderfteld. Hier uit volgt, dat een noodzaaklijk beftaan, even zoo weinig, uit blote begrippen kan gekend worden. Het noodzaaklijke kan, derhalve, ook flegts in zoo verre plaats vinden, als «ene daadlijke waarneming, volgends de wetten O 3 der

Sluiten