Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De omvang van V gebruik der zuivere reden. 5

dingen doen denken, tot welken wij nimmer konnen doordringen , en die ons dus bedriegen, door den fchijn van voorwerplijke geldigheid.

§ 137-

Deze tramfcendentüü jchijn is onvermijdlijk.

Naardien deze grondflellingen in de reden, als grondregels van haar onderwerplijk gebruik, voor handen zijn, is de bedriegende fchijn, die hier uit ontftaat, voor ons even zoo onvermijdlijk , als het gezigtkundige bedrog voor onze 00gen is: zoo dat wij, dan zelfs, wanneer wij dezen bedrieglijken fchijn inzien, ons dog egter van denzelven zoo weinig konnen losmaaken, als wij konnen beletten, dat de zon zig, bij haren op- eri ondergang, aan den horizont, rood vertoont, en een in 't water gehouden ftaf ge-, broken fchijnt. De reden is, om dat wij ons met de ervaring alleen niet konnen te vreden houden, en onze reden, in de verbinding van hare kennis, volftrektlijk tracht naar volkomenheid (§ 76). Deze nu kan zij, in den kring der verfchijnzelen , nimmer magtig worden , dewijl zij daar altijd van het ééne voorwaardlijke, tot het andere gewezen wordt (S 7*0» zonder de rei der voorwaarden immer A 3 vol-

Sluiten