Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12 II. Boek, m. Hoofdruk, I. Afdeettng:

De reden, zig met het opzoeken van de voorwaarde der voorwaarden bezig houdende (§72;, gaat, in deze werkzaamheid, op verfchillende wijze, te werk, naar mate zij, of in eene opklimmende, of nederdalende reie, voordgaat. Want, wanneer 'er iets als voorwaardlijk gegeven is, moet de reden volftrekte algeheelheid der voorwaarden onderftellen (§ 73): maar wordt, in tegendeel, iets als voorwaarde gegeven ; dan is het haar volkomenlijk onverfchillig, hoe verre de rei van 't voorwaardlijke afdaalt, en de zuivere reden vordert, aan den kant der voorwaarden, en niet aan de zijde van het voorwaardlijke, volftrekte algeheelheid. Bij gevolg, is alleen het begrip der volftrekte algeheelheid van den teruggang, niet van den opgang, een transfcendentaal idê (§ 74).

§. 14L

Nadere bepaling van de wezenlijkheid der ideën.

Uit het gezegde ziet men , dat ideën , als grondbeelden der dingen zelven, geene bloote harsfenfchimmen, maar, veelmeer, wezenlijke redenbegrippen zijn: trouwens, dezelven zijn niet naar wilkeur verdicht of verzonnen, maar worden ons door de reden noodzaaklijk opgedrongen (§ 72). In het zedenlijke, waar de ve-

den

Sluiten