Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

272 III. Boek, I. Hoofdfiuk.

Even zoo is de Wijsgeerte ook niet vatbaar voor axiomata, of fijnthetifcbe grondftellingen. Want de Wijsgeerte is alleen eene kennis uit begrippen. Nu kan eene fijnthetifcbe grondftelling uit blote begrippen nooit onmiddellijk zeker zijn , maar vordert eerst eene deductie, of bewijs ha' rer regtmatigheid; bijvoorbeeld, de grondftelling: alles wat gefchiedt, heeft zijne oorzaak. Hetzelfde moet ook aangaande de demonflratie gelden. Want, dewijl de ervaring ons flegts leert, wat 'er zij: niet, dat dit niet anders zijn kan; zoo konnen empirifcbe bewijsgronden geen apodictisch bewijs verfchafTen, welk tegelijk intuïtief is (§ 20); maar flegts acroamatifche (discurfive) bewijzen. — Hoe weinig past het derhalve de Wijsgeerte , vooral in het veld der zuivere reden , eene dogmatifche houding te willen aannemen, en zig met de titels der Wiskunde optepronken!

§ 29:.

zijn definitiën het eigendom van de Wiskunde alleen; Want het voorwerp, welk zij denkt, ftelt zij alleen ook van voeren in de aanfchouwing daar; en hetzelve kan niet meer, noch minder, dan het begrip van hetzelve bevatten, wijl het begrip van het voorwerp, door de verklaring, oorfpronglijk gegeven wordt. - Geen wonder dan. dat de Wijsgeerte vol is vm gebrekige definitiën, en dat deRegtsgeleerden tot nog toe zoeken naar — enitrijden over — de definitie van het begrip van regt.

Sluiten