Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. ffll

Voegt u dit medely*, daar ge in deez' tempel woont? Hoe kan dees tempeldienst een' fterveling behangen, En zonder 't wreed gemoed eens offeraars te draagen? Of, hoe wierd gy, met uw gevoelig hart, vereend Met zulke harten, die hun Godsdienst zelf verfleent?

De jonge BRAMIN. Helaas! wat ftervling kan zyn' levensloop befchikken? Myn ramp vervolgt my, fints myn tederfle oogenblikken. Ach! moest hy, die my voor 't verdrinken heeft behoed, My herwaart torfchen op zyn' arm, uit Ganges vloed! Heb ik daarom zo jong myn' vader reeds verloren, Opdat my 't aanzien van uw' druk zou zyn befchoren! 'k Was naauwlyks ingelyfd, in dit barbaarsch gewelf, Ik, weeskind, en geheel gelaaten aan myzelv', Of't wreed Gebruik verhief nietmin'zyn'wreeden ftander; Het één Gebruik ontvloón, bedien ik zelf het ander!

DE WEDUWE.

Wat ramp vervolgde u dan?

De jonge BRA MIN.

Het fnoodst Gebruik, het geen Elk jonggeboren wicht, drie dagen achter een, Doet hangen aan een' boom, indien het zyne lippen De moederlyke borst, zyn voedzel, laat ontglippen; En 't wreed doet werpen in den fnellen Ganges vloed, Indien het driewerf 't vocht ontvlied , waardoor men 't voed.

Dit was myn noodlot dan: 'k wierd aan den vloed bevolen, B 3 Doch

Sluiten