is toegevoegd aan uw favorieten.

Cuenna, treurspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55 CUENNA.

Eene der Maagden tegen cephize;

Hemel! wat deert de beroemde Florentijnsche? —- welk eene raazernij heeft haar bevangen. Immers ha?re dicrbaare Vivonne zegepraalt . . . Misfchien kwam zij te laat om de zegettatie van haaren beminden Vivonne te zien. ( Tegen de overige Maagden. ) Heft nog eens het laatst gedeelte van ons lied aan; dan misfchien . . . (Cephize geeft alle tekenen , dat zij zwijgen zullen.)

( De Mesfineefche Maagden heffen aan. )

Maagdenrei! ftrooi Laauwerbladen Roozen op Vivonncs Paden.

cuenna (geeft duidelijk llijken van afkeer , waarop zij zwijgen en Cuenna aan vangt.)

Lauwerbladen en Roozen op de paden van den meineedigcn booswicht. — Ha! ik zie dien grijpvogel, die op de onnozelen loert. Met opengefperde klaauwen, en met de oogen vol van den vuuriglten wellust, zweeft

hij