Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE BEDRYF. 137

heilig is, dat opgehouden heeft my te verfchrikken? Gy denkt dat ik gevaarlyk ben, vvyl ik zelf heb nagedagt.... Neen, myn Koning! dat ben ik niet. Want bier voor uwen troon verwelken alle myne wenfchen.

de hand op de horst leggende.

De belachgelyke drift der nieuwigheid, die flechts het gewigt der ketens verzwaart, die zy niet verbreken kan, zal nimmer myn bloed verhitten. Deze eeuw is voor myn ideaal niet ryp. Ik leef als een burger van die, welke komen zullen; kan een fchildery uwe rust verdonkeren?... Uwe adem kan het uitwisfchen.

KONING.

Ben ik de eerfte aan wien gy u van deze zyde vertoont?

MARQUIS.

Van deze... ja.

KONING.

Zo moet gy toch geweeten hebben of het te waagen was... En kende gy my zo goed.

MARQUIS.

Of het te wagen was zal ik thans eerst ervaaren, Sire!... Maar my betaamde het die kleine

ver-

Sluiten