is toegevoegd aan uw favorieten.

De West-Indische Engelschman in London, blijspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

78 De W. I ENGELSCHMAN in LONDON.

„ lompen Kapitein* (hoe kon zij daar achter komen) behoeft gij geenzins te wanhopen, koom „ terflond ten onzent, de Juffer is thans in mijn „ huis en verwagt u.

De uwe Martha fulmer."

óGij waardig, beminnelijk en betoverend briefje, het welk ik op.'t punt ftond om in duizend ftukken te fcheuren: ik fmeek u démoedig om vergifnis, ik fcheen uwen inhoud -te verfmaden en dezelve is zo verrukkende; ik vloekte op uwe letters, en dezelve zijn godlijk! en al de boete, welke ik doen kan, is, blindelings uwe bevelen te gehoorzamen.

stokwel, te rugkomende.

Mi'n Keer Belcour, hier zijn de juweelen: in dezen brief zijn de briefjes voor 't geld en indien gij dit Hechts aan Jufvrouw Rusport gelieve ter hand te itellen, zult gij verder geen moeite deswegens hebben.

belcour.

Ach, Mijn Keer, de brief, dien ik daar zo even gelezen heb, fielt mij buiten ftatt den brief te overhandigen, dien gij zoo even gefchreven hebt: ik heb ander wild opgedaan, ik heb de liefile deern, daar mijne oogen zich ooit op vestigden in't gezicht, en de ganfche wereld, kan mij thans niet te rug houden van haar na te jagen.

stok-