Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïo APRIL 1799. 47'

van het voormaalig Gewest Holland hadden geadresfeerd, dan met geen ander gevolg, dan dat de Requestranten, wegens de daarop gevolgde verandering in 'sLands Beftuur, met dit hun verzoek, by Refolutie van het Adminiftratif Beftuur van dat voormaalig Gewest, zyn gerenvoyeerd aan de toen ter tyd exteefende Conftituëerende Vergadering.

En overwegende, dat in het verzoek, door de Requestranten gedaan, allezins is geobferveert, al het geen dienaangaande by het Reglement op het verkenen van remisfie van Verpondingen en Gemeene Middelen of andere Subfidiën van Polders, Diftriéten en Dykagie, op den 18. April 1794. by de voormaaiige Staaten van Holland en West-Friesland gearresteerd, word verëischt.

Overwegende, dat uit de ten Requeste gearresteerden , en door het Gerecht van Heilo gecertificeerde Staat van de Mergentalen, Valeur en Huure der Landen, in de Boekeldermeer gelegen, mitsgaders van derzelver Lastenen Baaten, volkomen confteerd, dat het geen dezelve Landen, geduurende de laatfte vyf jaaren, tot haar eigen behoud, aan Omflagen, Sluizen en Dykslasten, hebben geimpendeerd, het by by dat zelve Reglement bepaalde, een derde der zuivere Huurpenningen overtreft.

Overwegende, dat de zwaare Lasten, waar mede de Landen, in de voorfchreeve Boekeldermeer zyn bezwaard, in vergelyking van de Huur, welke dezelve opbrengen, aan de Eigenaars dier Landen , een niet noemenswaardig rendement overlaat, en derhalven de billykheid, zoo wel als het algemeen belang vorderd, dat de Reqnestranten door het accordeeren der continuatie van een gedeelte der by Oétroy van 9. Mey 1783. aan dezelve geaccordeerde Vrydom» men, worden in ftaat gefteld, aan ihunne Moolen,

Dyk-

Sluiten