Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

45© »4 OCTOBER 1790.

bedenkingen pondererende, ten vollen van bet gewigt der zaake, cn van de gebiedende noodzaaklykheid, om in deezen iets te moeten doen, zal overtuigd worden, en meer op de preiénte nood dier arme'Ingezetenen, als op de gevolgen en penurie van 'sLands Schatkist reguard zal flaan.

Omtrent de vierde redenen van weigering, zal uwe Commisfie alleen aanmerken-, dat, wel is waar, het embargo (trekt „ tot een byzondere beveiliging der Vischy, Schuiten, cn tot voorkomen van fchadens, en het ge„ vangen nemen van de Visfchers zelve; " doch dat bet niet minder waar is, dat de Requestranten door dit embargo ten eenemaale van al hunne middelen van beftaan zyu verlinken, eu buiten (bat g;(feld om voor hunne verarmde Huisgezinnen de kost te kunnen winnen.

Eindelyk geeft de Tweede Kamer, als een vyfde reden van weigering, aan de hand: „ dat de Perfoonen, welke „ zich met de Vischvangst geneeren, in ftaat zyn zich „ tot andere arbeid te kunnen begeven, waartoe thans „ byzonder ten dienste van den Lande genoegzame ge„ legenheid voorhanden is."

Uwe Commisfie ten vollen de gegrondheid deezer laatfte bedenking van de Tweede Kamer gevoelende, zoude van oordeel zyn, dat tevens nog na de bekrachtiging van dit Befluit, by het accordeeren der voorgeflagene Gratificatie, aan de Municipaiiteit van Katwyk'aan Zee, door het Uitvoerend Bewind zoude kunnen worden aangefchreeven, dat te Amlterdam een Werving is geopend voor de Armade op de Zuider-Zee, met byvoeging van een affchrift der zeer voordelige voorwaarden, daar toe (trekkende, met verdere last, om dezelve aldaar aan die Gemeente bekend te maken, en de Ingezetenen aan te fporen daar op dienst te nemen, ten einde het Vaderland van nut te kunnen zyn, en hunne Vrouwen en Kinderen brood te verfchaffen; en na deeze confideratieiï moet uwe Commisfie Ulieden advifeeren:

Om niet te berusten in de aangevoerde redenen van weigering van de Tweede Kamer, maar te perfifieeren by het Befluit van deeze Kamer, van 24. September laatstleden, en dit Rapport, als haar tegenhedenkingen, benevens.

Sluiten