Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9 APRIL 1800.

3P3

eerfte voor of uiterlyk op den 10 Mey eerstkomende;

Het tweede, voor of uiterlyk op den 10 july daar aanvolgende;

Het derde, voor of uiterlyk op den 10 O&ober deezes Jaars.

Art. 4.

Alle Ingezeetenen van dit Gemeenebest ƒ 4^0-0-0 of daar boven, doch beneden de f 6oo-o*o jaarlyks Inkomen hebbende, zullen gehouden zyn ce betaalen twee ten honderd ; alle Ingezetenen, ƒ óoo 0-0. en daar boven, doch beneden de ƒ 800-0 o inkomen hebbende, zullen moeten opbrengen vier ten honderd, en alle Ingezetenen ƒ 8oo-o o en daar boven inkomen hebbende, zeven ten honderd van het inkomen, hec welk zy geduurende den Jaare 1799 hebben gehad, en zulks als don gratuit, by wyze van Quotifatie over hunne relative inkomften en verteeringen.

Alle dienstdoende Militairen,beneden den nng van -Capitein, worden, zo veel hunne Traclementen betreft, van de betaaling in de Heffing op de Inkoms* ten, vry gefteld.

Art, 5.

De Heffing van 2, 4 en 7 pCt. op de inkomsten zal worden opgebragt op de twee volgende Termynen; drie ten honderd van die geenen, welke / 800-0-0 en daarenboven inkomea hebben , en twee pCt. voor de geenen, welker Inkomften de ƒ 600 o o en daar boven, doch beneden de ƒ 800-0-0 belopen, voor of uiterlyk op den 5 December deezes jaars; vier pCt.voor die geenen, welker inkomen meer dan f 8oo-o-o belopen, twee pCt. voor hun, welker inkomen/óoo-o-o en daar boven, doch beneden de/8oo~o-o bedraagt, en twee pCt. voor hun, die /4oo-o o en daar boven, B b ■ doch

Sluiten