Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15a Nanine of het Overwonnen Vooroordeel. De Graaf. Hoor eens, onthoud het,zoo er fomtijds, wanneer je haar brengt, een zekere Hombert u volgde, van hem op een nadrukkelijke wijs van den afjagt te geven.

G e r m o n.

Ja , netjes met goeje ftokflagen. Maak ftaat op mij. Ik doe mijne dienft getrouvvlijk, de jonge Hombert zegje?

De Graaf.

Regt zoo.

Germon.

Goed, ik ken hem niet, maar de eerftedie koomt opdagen, zal ik ter deeg afrollen; en dan daarna moet hij mij zijn naam zeggen.

(hij doet een {lap, en komt weder)

Die jonge Hombert is de een of ander vrijer ,wed ik, een mooïe jonge, de eerfte van het dorp. Laat mij maar begaan.

De Graaf. Gehoorzaam maar fchielijk.

Germon.

Ik twijffelde al, dat zij den een of ander vrijer had, en Blaife ligt haar ook mogelijk aan het hart, men bemint zijn's gelijken meer, dan zijn meefter.

De Graaf.

Och, loop heen toch, zeg ik je.

DER-

Sluiten