Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPERA. %S

O r o n t I 8.

Mijn Bioeder! — Och! moest ik u in zulk een fmartelijke omfhndigheid ontfangen.

Di Officier

Wat deert u? Wie is het die u onheil durft

verwekken.

O r o n t E s.

Och mijn Dochter! ....

De Officier.

Hoe ? — U«y Dogt;r! — Dnt kind, daar gij mij altijd met zulk een ophef van gefchrcven hebt, baart u dat verdriet ? Die fnoode! —

L i z e t t e.

Och, neen, rmjn Heer, zij isnietfnooJ, maar men heeft haar daar zo op het ogenblik gafchiakt; zij is door twee vermom ie en gemaskerde perfoonen, met g^w-lJ, van deze plaats gerum!

De Officier.

Hebt gij gezien wat weg die fchelmea genoomen hebben ?

L i z E t t E.

Ja zeer wel, mijn Heer, die laan in. —

De Officier.

Ik zal ze vervolgen en niet rufte" voor dat ik ze onderhaalt heb (tegen zijn gevolg) kom volg mij! —

B 5 VEES.-

Sluiten