is toegevoegd aan uw favorieten.

Titus Manlius Torquatus, of De zegepraal der krygstucht; treurspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

70 TITUS MANLIUS TORQUATUS,

Uw vroege dood te meer my zielverdriet moet geven: Ja, Manlius, ik heb nu meer gevoel van fmart, Dan eer ik blyken zag van uw grootmoedig hart. Myn Titus, welk een flag! u zo verhaast te derven, Daar flechts een losfe flap u in uw jeugd doet fterven. 'k Heb met een bloedend hart als rechter u gedoemd; En toen ik u uit pligt misdadig heb genoemd, Deed zich, hoe zwaar 't my viel myn tederheid te fmooren, Een ftem in myne ziel met kracht en nadruk hooren; Deze iufpraak volgde ik op, by 't ftemmen in uw lot: Nooit worden ongeftraft door ons de goón befpot: Hun magt, die de aard' befliert, beftiert ook onze daden, En zouden we op ons hoofd hun geesfelroeden laden ? Neen ; wie de goön veracht kan nimmer dan in fchyn Een edelmoedig held, een deugdzaam burger zyn. Dank zy der goden gunst, die mynen geest beftraaldc, Waardoor de deugd alleen de zegepraal behaalde; Dank zy hun gunst, myn zoon , die uwe ziel verwon, Toen u een lage daad misfchien behouden kon! Gy ziet thans, Manlius, het droevig uur genaken, Dat myn bevel een eind' zal van uw leven maken: De toeftel tot uw ftraf is in het heir bereid: Ik voel dit vreeslyk uur al myn teerhartigheid ; Ik hoor natuur, myn zoon, in mynen boezem (preken. En ben, op deze ftem, byna door druk bezweken. Omhels my, Manlius, en tree met moed ter dood ; 'k Zal zorgen voor uw kroost cn voor uwe echtgenoot'; lk zal, al perst me uw dood een'tranenvloed uit de oogen,